familiar belast
1002
post-template-default,single,single-post,postid-1002,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,qode_popup_menu_push_text_right,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,columns-4,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

In Mijn Geheim (2016): Drie generaties, één ziekte. Deel III. Nichtje Roxanna (31): ‘Wat mijn vader niet kon, kan ik wel: Gelukkig zijn’

Sommige ziektes treffen meerdere generaties binnen één familie. Zoals depressie. Hoe is het om op te groeien met een depressieve moeder, zelf meerdere depressies te krijgen en te zien hoe je broers en je kind eraan onderdoor gaan? Hoe is het om als zevenjarige je vader te verliezen aan zelfdoding? Of om als jonge moeder in een psychiatrische kliniek te belanden en niet meer voor je kind te kunnen zorgen? In Mijn Geheim vertelden Vader Ruud (64), dochter Bregtje (39) en nichtje Roxanna (31)  over de schaduw die over hun familie hangt.

Roxanna: “Rond mijn vijfde jaar werd mijn vader ziek. Althans, toen uitte het zich – zijn depressie. Ik kan me de ochtend herinneren waarop me verteld werd dat hij naar de kliniek zou gaan. Mijn moeder vroeg of ik bij hen in bed kwam liggen. Ik nestelde me tussen mijn vader en moeder in en ze vertelden dat mijn vader een tijdje weg zou gaan. Dat hij niet meer thuis kon blijven. Op school heb ik het nog diezelfde ochtend aan mijn klas verteld. Voor zover ik me kan herinneren, begreep ik destijds wel wat er aan de hand was. Mijn vader was ziek. Mijn moeder is altijd eerlijk tegen mij geweest over wat er met mijn vader aan de hand was, natuurlijk wel rekening houdend met hoe jong ik nog was. En als kind was ik me er ook van bewust dat het niet goed met hem ging. Mijn papa was mijn papa niet meer.”

Mooie prins
“Ik kan me niet veel herinneren van de periode dat hij in de kliniek zat. Op een gegeven moment leek het beter te gaan en werd hij ontslagen. En toen stapte hij onverwacht uit het leven. Ik was zeven jaar oud. Hij was net een maand weer thuis. Die bewuste dag heb ik jarenlang elke dag opnieuw beleefd. Dat ik uit school kwam, en er meerdere ambulances en politieauto’s voor de deur stonden. De buurvrouw die naar buiten kwam en mij mee naar haar huis nam. Ik kreeg een rood waterijsje in de vorm van een clown. Het was een heel hete dag, dus dat vond ik maar wat lekker. Daarna kwam de oppas me halen en ging ik met haar zoontje mee naar school. Daar was het ‘badjesmiddag’ en konden we rotzooien met tuinslangen en emmers in badjes met water. Ik weet nog dat ik veel lol had. Ik dacht niet meer na over de rare situatie bij mij thuis.

 

‘Was ik dan niet de moeite waard om voor te blijven leven?
Die vraag heeft mij lang achtervolgd’

 

Later speelden we in de tuin van mijn oppas. Tot ik werd geroepen. Mijn moeder was er. Ik weet niet meer hoe ze het mij vertelde, maar papa was overleden. Ze pakte me vast en tilde me op. Ze droeg me naar huis, stevig in haar armen. Ik herinner me hoe koud en kil het in huis was toen we binnenkwamen. Hoe alles grijs leek. Hoe iedereen stil voor zich uit zat te staren, met een glas water in de hand. De woonkamer zat vol mensen. We gingen meteen naar boven, naar de kamer waar hij inmiddels opgebaard lag. Ze droeg me nog steeds in haar armen. Toen ik hem zag, zei ze: ‘Ziet hij er niet uit als een prins? Geef hem maar een kusje.’ Dat deed ik. Ik zie hem nog liggen, zo rustig en vredig. Op zijn rug op een matras, zijn armen over zijn buik gevouwen, zijn vingers in elkaar gevlochten. Een lichte glimlach om zijn lippen. Zijn haar zat mooi, hij was netjes aangekleed. Dit was weer mijn papa.”

Uit liefde
“Misschien heb ik het daarom altijd wel een plekje kunnen geven. Boos ben ik nooit op hem geweest. Hij had nu rust, hij was bevrijd van zijn last. Hoe kon ik hem dat kwalijk nemen? En ik heb altijd begrepen waarom hij die keuze heeft gemaakt. Hij kon niet anders, het was voor hem de enige uitweg. En nu ik weet dat een groot deel van mijn familie van vaderskant ook kampt met depressies, kan ik het beter relativeren. Ook voor mezelf. Er zit blijkbaar iets in onze genen waardoor wij hier gevoelig voor zijn. Voor mijn vader legde het leven te veel druk op hem. Hij kon het niet meer aan. Toch geloof ik dat hij het ook deed voor mij en mijn moeder, om ons een beter leven te gunnen. Het was geen egoïstische daad, maar een daad uit liefde. Had hij alleen maar geweten wat hij achterliet… Want doordat hij de keuze maakte om het leven op te geven en daarmee ook mij op te geven, liet hij mij achter met zo veel vragen. Was ik dan niet de moeite waard om voor te blijven leven? Die vraag heeft mij lang achtervolgd.”

Maskers
“Naarmate ik ouder werd, zo vanaf de puberteit, begon ik zijn leven te lijden – inderdaad, met een lange ‘ij’. Ook in mij overheerste een gevoel van eenzaamheid, niet geliefd zijn, je onbegrepen voelen. Hoewel er om mij heen liefde in overvloed was, kon ik dat niet zo zien. Op school ging het niet goed, ik had in mijn beleving geen echte vrienden, niemand vond mij leuk. Ik sliep veel overdag na schooltijd en ’s avonds sliep ik moeilijk in omdat mijn hoofd zo vol gedachtes zat. Keer op keer herhaalde ik de gebeurtenissen omtrent mijn vader, zodat ik het maar kon vasthouden. Op een bepaalde manier genoot ik van het lijden. Ik zonderde me af van de mensen om me heen, zat alleen op mijn kamer en leefde in mijn eigen veilige wereld. Mijn emoties en gevoelens sloot ik ook steeds meer af, ik wilde niets meer voelen. En toen leerde ik om ‘maskers’ op te zetten. Wanneer ik het ‘het gaat goed met me’-masker opzette, vonden mensen me ineens wel leuk. Dus werd dat mijn waarheid. En ondertussen raakte ik steeds verder verwijderd van mezelf. Toch heb ik nooit willen opgeven, ondanks de wanhoop die vaak heel dichtbij was.”

Keuze
“Met veel therapie kreeg ik steeds meer puzzelstukjes bij elkaar. Antwoorden op de vragen waar ik mee worstelde. Het was een zoektocht. Ik wist niet meer wie ik was, ik was zo afgesneden van mezelf. Het wel of niet mogen voelen, het niet mogen zijn wie ik wilde zijn. Ik creëerde een angststoornis omdat ik zo bang was om te voelen. En tot op de dag van vandaag is het nog steeds een gevecht om te kunnen voelen.
Nu begrijp ik dat het leven dat ik lange tijd ‘leed’ niet mijn leven was, maar dat van mijn vader. Op mijn eenendertigste heb ik eindelijk de keuze gemaakt: ik wil niet meer lijden. Ik wil genieten van het leven, het leven koesteren. Voor mezelf en voor mijn papa. Wat hij niet kon, kan ik wel en dat is: gelukkig zijn. En door weer te leren voelen en mezelf te accepteren zoals ik ben, zal dit ook gebeuren. Ik ga nu mijn eigen leven leiden en zal daarmee ons beiden bevrijden.”

 

Dit portret, waarin  Roxanna (31) vertelt over haar vader die een depressie had, is onderdeel van een drieluik dat verscheen in Mijn Geheim. Meer lezen? Lees het verhaal van  Ruud (64) hier en van Bregtje (39) hier.  Alles lezen? Het hele artikel lees je hier.