4: Doe even normaal - Diagnose Depressie
360
post-template-default,single,single-post,postid-360,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,qode_popup_menu_push_text_right,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,columns-4,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive
Emma Darvick

4: Doe even normaal


Ik schrok van die gedachte. En deed die resoluut van de hand. Natuurlijk zou ik niet voor een trein springen. Doe even normaal.

Ik heb een neef die bij de spoorwegpolitie werkt. Moest hij mij zeker in stukjes langs de rails terugvinden. Nou nee.

En ik heb ooit ook een oom verloren. Mijn lievelingsoom. Hij leed aan een zeer, zeer ernstige depressie en stapte daarom op een zeker moment zelf uit het leven. Hij was net uit de kliniek, waar hij, als ik het me goed herinner, bijna een jaar had gezeten. Niemand had het aan zien komen. Het leek juist beter te gaan. Ik was 16 toen het gebeurde en heb als jong meisje met eigen ogen gezien en ervaren wat een onbegrip, machteloosheid en verdriet zijn handelen aangericht heeft bij de mensen die van hem hielden en niets liever wilden dan dat hij weer beter zou worden. Totale ravage, tot op de dag van vandaag. Alleen daarom al kan en mag ik nooit en te nimmer zoiets doen. Zelfs al zou ik het willen. Of überhaupt ook maar durven.

‘Dat ik die afschuwelijke gedachte had,
zei uiteraard veel over mijn staat van zijn op dat moment’

 

Maar dat ik die afschuwelijke gedachte had, zei uiteraard veel over mijn staat van zijn op dat moment. In mijn normale doen zou zoiets niet in mijn hoofd opkomen. Ik houd van het leven, ik vind het fijn om er te zijn.

Nu, achteraf, begrijp ik dat die gedachte voortkwam uit een overprikkeld brein. Een brein met kortsluiting, dat door stress en emoties ernstig ontregeld is geraakt. Ziek geworden. Want depressie is een ziekte. Maar dat realiseerde ik me toen nog niet. Ook niet dat ik een depressie had.

Ondertussen probeerde ik me zo goed en zo kwaad als het ging staande te houden in het dagelijks leven. Ik moest dóór. Dat ging steeds moeizamer.

Als ik boodschappen ging doen, kwam het steeds vaker voor dat ik in de supermarkt stond en niet meer wist wat ik had willen halen. Ik kon ook niet meer improviseren en bedenken wat ik dan zou willen hebben. Dus ging ik met een lege boodschappentas weer naar huis. Wanneer ik door de stad liep, waar ik al mijn hele leven woon en praktisch elke staatsteen ken, raakte ik gedesoriënteerd en voelde het alsof ik verdwaald was.

Mijn omgeving, beelden, indrukken en geluiden kwamen zo anders binnen, dat ik ze niet meer kon begrijpen. Dat was beangstigend. Ik snapte niet wat er met me aan de hand was.

Dat het echt niet goed ging, had ik zelf ook heus wel door. Van de huisarts had ik inmiddels een doorverwijzing gekregen voor de psycholoog. Ik heb het niet zo op therapeuten, maar ik zag in dat het misschien toch nodig was. Na de nodige weerstand bij mezelf, had ik de telefoon gepakt en een afspraak gemaakt.

Met de eerste psycholoog voelde ik totaal geen klik. Ik vond haar zijig, ze praatte zo zeikerig en bovendien had ze afschuwelijk haar, was ze chubby en echt slecht gekleed. En op onze eerste afspraak presteerde ze het om een kwartier te laat te komen. Geen lekkere binnenkomer, en ik rekende haar hier keihard op af.

Ik ging no way mijn ziel en zaligheid bij haar op tafel leggen en acuut op zoek naar een ander. Maar het was vakantietijd, er waren wachtlijsten.

Ik was niet gelijk aan de beurt.

Verder lezen? Lees hier 5: Een depressie? Ik?!